Van oude raadsleden en nieuwe burgers

Vertegenwoordigen, kaderstellen en controleren. Deze taakomschrijving van raadsleden wordt met de opkomst van buurtbegrotingen, burgervisitaties en co-creatieve cultuurvisies steeds vaker bevraagd. De uitkomst van dit proces is nog onduidelijk . En om in onzekere tijden grip te krijgen op de situatie, verval je vaak in stereotypering. Sofie Smeets verkent die van burger en raadslid.

Als er een ding duidelijk wordt uit de verhalen van correspondenten, is dat er eigenlijk geen raadslid meer te vinden is dat niet wil samenwerken met burgers. Maar blijkbaar hebben raadsleden nog veel vragen over het delen van bevoegdheden, nieuwe vormen van verantwoording of nieuwe samenwerking. Een verwarrende tegenstelling – een uitnodigende houding naar burgers enerzijds en twijfels over de capaciteiten van burgers anderzijds. Met kans op teleurstelling.

Kunnen ze dat wel?

‘De gemeente doet mee’, ‘Samen kansen pakken’, ‘Anders denken, samen doen’. De wil om een nieuw samenspel tussen burger en gemeenteraad vorm te geven is er, dat is duidelijk.

Maar ondanks het enthousiasme, is samenwerking met burgers vaak ook omgeven door terughoudendheid. Raadsleden betwijfelen of burgers wel genoeg tijd hebben om te kunnen participeren, of ze genoeg kennis of inzicht hebben, of merken op dat een initiatief dat aangedragen wordt slechts ten bate van een kleine groep witte, hoogopgeleide inwoners.

In Groningen vroegen raadsleden bijvoorbeeld: “Hoe zorg je ervoor dat de plannen van de burger toekomstbestendig worden gemaakt en fiancieel ook haalbaar zijn? En welke gevolgen heeft dit dan voor de gelijke behandeling van burgers?” In Culemborg, waar bewoners hebben meegewerkt aan een cultuurvisie, zien correspondenten: “De gemeenteraad is door de werkvorm wat meer op afstand komen te staan en lijkt nu puntje bij paaltje komt toch nog een hele dikke vinger in de pap te willen houden.”

Hoe de tegenstelling tussen uitnodigen en afwijzen tot teleurstelling kan leiden, verwoordt de correspondent uit Utrecht: “In het collegakkoord wordt gewezen op evaluatie en hoe belangrijk het is daarbij ook gebruikers te horen. Maar capabele burgers gaan niet evalueren of sociaal makelaars effectief werken, terwijl er in Utrecht vast mensen wonen die van evalueren heel veel verstand hebben. Kennis wordt opgehaald om beleid te maken, maar capaciteiten worden op dit punt onbenut gelaten.”

En grote teleurstellingen ontstaan, als verwachtingen niet waargemaakt worden, blijkt uit Weert: “De indruk bestaat dat gemeente vooral reactief om gaat met initiatieven. Binnen onze gemeente hebben B&W, ambtenaren en de raad [uit zichzelf] amper belangstelling getoond.” De correspondent vertelt dat een aantal wijk-dorpsraden hun activiteiten heb ben gestopt, omdat ze zich niet serieus genomen voelde.

Raadsleden en burgers zijn elkaars gelijke

Zonde van de energie, verstoorde verhouding en een gemiste kans, zou Maurice Specht kunnen zeggen. In zijn onderzoek ‘De Pragmatiek van Burgerparticipatie’ betoogt hij dat inspraak van burgers veel potentieel heeft en dat het wantrouwen tegen hen onterecht is. Burgers kunnen meer aan dan sceptici vrezen, ongeacht de complexiteit van de situaties, de hoeveelheid verschillende belangen of de uitdagende vragen die gesteld worden. Een probleem van verschillende kanten bekijken, realistische verwachtingen opstellen en potentiële oplossingen bedenken, daarin zijn buurtbewoner en raadslid in principe elkaars gelijken.

Verwachtingen waarmaken

Als het misgaat is er lang niet altijd kwade opzet in het spel. Vaker gaat het om misverstanden. De correspondent uit Wageningen vertelt dat de contactpersoon van de gemeente ervan uitging dat initiatiefnemers voldoende bediend waren na een telefoontje of mail, ook als dat betekende dat er geen vervolgstappen genomen konden worden. Initiatiefnemers vertelden de correspondent echter dat ze zich geen vervolgcontact konden herinneren, of waren teleurgesteld dat de gemeente hen niet verder hielp in de organisatie of fiancieel. Wat voor de gemeente als gezien wordt als ‘er is een contactpersoon’ kan bij initiatiefnemers beleefd worden als ‘we horen niets meer’.

Dit ligt niet alleen bij de gemeente, verklaart de correspondent uit Schiermonnikoog: “Een hoog verwachtingspatroon bij burgers over invloed en verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur kan een ernstige belemmering zijn [voor succesvolle samenwerking]. Soms zijn de verwachtingen bij burgers hoger gespannen dan een gemeentelijke organisatie kan waarmaken.”

In zulke situaties gaat het dus om miscommunicatie en verschillende verwachtingen, of anders gezegd de manier waarop de gemeenteraadsleden nog worstelen met de vraag hoe ze hun oude taken op een nieuwe manier moeten vormgeven. Sommige initiatiefnemers laten zich hier niet door afschrikken en worden wijs met vallen en opstaan. Maar helpt als raadsleden en gemeenteraad verwachtingen en mogelijkheden van tevoren duidelijk te maken. Het werkt niet als burgers eerst uitgenodigd, maar vervolgens toch met wantrouwen behandeld worden.

‘Ja, maar…’, heeft ook een punt

Het makkelijkst zou zijn om tegen dat soort wantrouwige raadsleden te zeggen: ‘laat los, stel je open, anders ben je niet van deze tijd.’ Dat klinkt als een passend antwoord, maar er is een probleem. Met zo’n opmerking snoer je een groep de mond, terwijl hun twijfels wel degelijk bestaan. En soms ook wél terecht zijn. Je diskwalifieert de ‘ouderwetse’ geluiden bij voorbaat: het is irreële angst of onwelwillendheid. En het is te makkelijk om die twijfels uit te sluiten, alleen omdat het niet constructief zou zijn.

Hoe dan?

Misschien moeten we terug naar ons beeld van raadsleden, want het bovenstaande geeft een erg versimpeld beeld van ‘het raadslid’. Het wantrouwen geldt natuurlijk niet voor alle raadsleden die Nederland rijk is, ook dat blijkt uit de verslagen van correspondenten. ‘Dit soort’ raadsleden bestaat wellicht vooral in onze hoofden. Stereotypen zijn lastige partners. De vraag is dus of we voorbij het stereotype kunnen kijken en de twijfels op hun merites kunnen beoordelen. En wellicht kan het interessant zijn om eens het tegenovergestelde te doen en op zoek te gaan naar alle stereotypen: ‘het wantrouwige raadslid’ , de tegendenker, de twijfelaar, het angstige, of verkokerde raadslid. Maar laten we dan ook de stereotypen van burgers eens verkennen.

Misschien werkt een combinatie van de twee. We hebben vooroordelen en gaan in ons handelen soms uit van arche typen. Tegelijkertijd blijven we ons best doen om met een schaar aan individuen samen iets op te bouwen. Mensen die ook weer beelden van ons hebben, die soms voor en soms tegen ons werken. Dat is niet eenvoudig, maar het lijkt de enige optie.

Sofie Smeets
Freelance politiek antropoloog, docent hogeschool en cockpit 100×100
@sofie_smeets