Analyse: 100×100 maakt de balans op

Meedoen, meebesluiten… meeveranderen – 100×100 maakt de balans op
Yvette Jeuken analyseerde alle bevindingen van de correspondenten van 100×100.

Op 19 maart 2014 vonden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Met deze verkiezingen ging ‘100×100. 100 correspondenten voor de nieuwe gemeenteraden’ ook van start. Binnen een maand zijn ruim 135 correspondenten in 65 gemeenten aan de slag gegaan. Een bonte club van burgers, ambtenaren, journalisten en anderen geïnteresseerden die allen onbezoldigd en enthousiast nieuwsgierig het functioneren van hun nieuwe gemeentebestuur gingen onderzoeken, en kijken naar de manier waarop hun nieuwe gemeenteraad ruimte geeft aan maatschappelijk initiatief. In november ontvingen we veertig verslagen van de correspondenten met daarin hun bevindingen.

De ervaringen opgetekend in de verslagen van de correspondenten zijn geschreven vanuit hun eigen ervaring en visie op het gemeentebestuur. De ene correspondent heeft initiatiefnemers geïnterviewd, een andere raadsleden, en weer een andere heeft als medewerker bij de gemeente of actieveling in een initiatiefgroep participerend onderzoek gedaan. Hun bevindingen vormen een kleurrijk geheel, desondanks zijn er opvallende overeenkomsten te zien tussen de verschillende gemeenten en komt er een eenduidig beeld naar voren: de verhouding tussen lokale bestuurders en bewoners is aan het veranderen. Uit de bevindingen van de correspondenten blijkt dat het merendeel van de nieuwe gemeenteraden in het coalitieakkoord heeft vastgelegd dat ze ruimte willen geven aan maatschappelijk initiatief.

In de enquête bevestigt zelfs 90% van de correspondenten dit beeld. Minstens de helft van de correspondenten geeft ook aan dat maatschappelijk initiatief met enige regelmaat wordt besproken in de gemeenteraad. Gemeenteraadsleden zijn in grote mate bereid om het lokaal bestuur te veranderen, maar zijn bovenal zoekende: wat betekent dit voor de rol van de gemeenteraad en hoe moeten zij vorm geven? De bevindingen van de correspondenten bieden hier mogelijk een aantal aanknopingspunten.

Onderstroom van vernieuwingsdrang

De noodzaak om de lokale democratie een vernieuwingsimpuls te geven, wordt breed gedragen. Een van de correspondenten verwoordt dit als volgt:

In de gemeente… is de wil aanwezig een aantal zaken te veranderen. … Er is dan ook meer dan eens verwezen naar een onderstroom van vernieuwingsdrang, die dwars door partijen en fracties heen loopt. De nieuwe bestuurscultuur, hoe weinig tastbaar zo’n cultuur ook is, is voor iedereen zichtbaar in zijn uitkomsten. Er wordt anders gewerkt, er worden andere keuzes gemaakt dan voorheen.” – Kleine gemeente.

Die ‘onderstroom’ is ook zichtbaar in andere gemeenten, en niet uitsluitend onder te brengen bij een van de politieke stromingen in het Nederlandse politieke landschap. De gedeelde opvatting is dat er een verschuiving is opgetreden van taken en verantwoordelijkheden naar de samenleving. En met deze verschuiving een noodzaak om als gemeenteraad je op een andere manier tot de samenleving te verhouden. In Wageningen werd het coalitieakkoord bijvoorbeeld genaamd ‘Anders denken. Samen doen’ en in Zeist ‘Samen kansen pakken’. In Zoetermeer verscheen recentelijk de nota ‘Samenspraak’ en in Lelystad werd een voorstel geschreven getiteld ‘De gemeente doet mee’. Mooie intenties, maar verschillende correspondenten zetten wel vraagtekens bij deze voornemens. Wat doen de gemeenteraden in de praktijk om ruimte te geven aan initiatief? En zoeken ze echt naar andere manieren om zich tot de samenleving te verhouden?

 Van ‘meedoen’ naar ‘meebesluiten’

In de enquête geeft 90% van de correspondenten aan dat er volop burgerinitiatieven zijn in hun gemeente. In 62% van de gemeenten biedt het gemeentebestuur, in meer of mindere mate, ondersteuning aan burgerinitiatieven. Volgens correspondenten zijn gemeenteraden in 68% van de gemeenten (hard) op zoek naar nieuwe vormen van besluitvorming en nieuwe manieren om ruimte te geven aan maatschappelijk initiatief. Hiermee schetsen zij een positief beeld. Soms begint het met kleine stapjes. De gemeente Culemborg is duidelijk nog zoekende:

De gemeenteraadsleden constateren zelf dat de raad vaak reactief werkt: op dossiers door de ambtelijke organisatie worden aangereikt. Mogelijkheden om de stad actiever te betrekken bij de beleidsontwikkeling ontstaan wanneer de raad meer aan de voorkant van het beleidsproces actiever wordt. Dus als de raad zelf initiatieven neemt om beleid te ontwikkelen.”

De correspondenten in Groningen laten weten dat de inspraakmogelijkheden in hun gemeente zijn toegenomen in de afgelopen jaren. In Drimmelen zet de gemeenteraad burgerenquêtes uit om de mening van bewoners over specifike kwesties te polsen. In Utrecht wordt hier vorm aan gegeven doordat de gemeenteraad stadsgesprekken voert met Utrechtenaren. Ook in de Amsterdamse stadsdelen maken leden van bestuurscommissies ruimte voor inspraak van burgers mogelijk over bijvoorbeeld de herinrichting van een straat of gebied. In een andere middelgrote gemeente is het zelfs vast onderdeel geworden van de besluitvorming:

Het is sinds een half jaar gebruikelijk dat bij elk besluit en dus ook in elk raadsvoorstel is opgenomen welke stappen er worden gezet op het vlak van communicatie en participatie. Dat heeft er ook toe geleid dat de gemeentelijke organisatie geïnvesteerd heeft in een methode om consequent en consistent vorm te geven aan burgerparticipatie.”

De bewoner bevolkt daarmee niet slechts de publieke tribune waar vandaan zo af en toe iets gezegd mag worden, maar krijgt een belangrijkere rol toebedeeld. Initiatieven zoals de burgerenquêtes in Drimmelen en de stadsgesprekken in Utrecht laten zien dat gemeenten al in een vroeg stadium op zoek gaan naar wat er in de gemeenschap speelt. Waar voorheen inspraakmomenten plaatsvonden vlak voor de besluitvorming – tot grote ergernis van burgers die slechts kritiek in de marge konden plaatsen – wordt in deze gemeenten vooraf gepolst hoe bewoners tegen specifike onderwerpen aankijken. In Utrecht heeft de raad om die reden de informatiefase, debatfase en besluitvormingsfase daarom ook uit elkaar getrokken. Daarmee krijgen bewoners de gelegenheid om tijdens de informatiefase hun opvattingen voor te leggen over onderwerpen waarover de raad in een later stadium zal gaan beslissen. Dit vergroot de zeggenschap van burgers.

Burgerparticipatie op zichzelf is niet nieuw, en ondersteuning verlenen aan burgerinitiatieven ook niet. De voornemens om ruimte te geven aan maatschappelijk initiatief bouwen voort op eerdere voornemens en initiatieven vanuit de gemeentes; een trend die al veel langer gaande is. Wat de correspondenten zichtbaar maken is dat er een verschuiving optreedt in het denken en praten over verantwoordelijkheden. Judith Tielen, raadslid VVD in Utrecht verwoordt dit in een interview met een Utrechtse correspondent als volgt:

Ik heb een liberale visie, waarin de kracht van het individu belangrijk is. Het is voor mij vanzelfsprekend om naar anderen om te zien als die dat nodig hebben en ik denk dat de samenleving ook zo in elkaar zit. Dat betekent dus ook dat de overheid niet de enige verantwoordelijke is voor zorg. Toch is de gemeente op dit als het ware een flatgebouw dat tussen de mensen ingezet is, met een eigen controlesysteem en de schatkist onderin de kelder. Dit hoeft niet zo te zijn, mensen in Utrecht kunnen best meer zeggenschap krijgen over wat ze willen aan zorg en hoe dat verdeeld moet worden.”

Een belangrijk punt wat Judith Tielen hiermee naar voren brengt is dat tegelijk met een verschuiving van verantwoordelijkheden (plichten), er ook een verschuiving kan – en misschien wel moet – optreden van zeggenschap (rechten).

… en ‘meeveranderen’

Het open staan voor ideeën en opvattingen van bewoners vraagt om een andere houding van raadsleden. ‘Meedoen’ en ‘meebesluiten’ vraagt daarom ook om ‘meeveranderen’. Een goed voorbeeld is de gemeente Utrecht waarin de gemeenteraad bezig is om meer een procesbewaker te worden, en op sommige onderwerpen alleen kaders stelt en de invulling daarvan aan bewoners overlaat. Een goed contact en een stevige vertrouwensrelatie tussen gemeentebestuurder en bewoner is een belangrijke voorwaarde voor het slagen van dit initiatief. Niet alleen naar buiten toe, maar ook binnen de muren van de raadszaal is een goede verstandhouding van belang. Een correspondent uit een middelgrote gemeente merkt op:

Men prijst de bestuurscultuur die voor het nieuwe college leidend is: beter luisteren, ruimte voor dialoog en overtuigen. Dat zorgt ervoor dat ook de relatie tussen het college en de raad verbetert. Naast investeringen in het proces, wordt er ook geïnvesteerd in een cultuur die bevorderlijk is voor het faciliteren van een zelfredzame gemeenschap.”

Oftewel, een goed voorbeeld doet volgen. Immers, een gemeenteraad waarin conflcten de overhand krijgen, is niet in staat om met een open houding de gemeenschap tegemoet te treden. Een schrijnend voorbeeld is de gemeente Haarlem. Een van de correspondenten aldaar liet ons weten dat geen van de drie correspondenten in haar gemeente contact heeft kunnen leggen met de gemeenteraad. Ook verschillende pogingen van hun kant om de gemeenteraad uit te nodigen voor kennismakingsbijeenkomsten, werden genegeerd. Wat bleek, de raad was al meer dan een half
jaar verwikkeld in een interne strijd.

Sommige gemeenteraden lopen niet tegen zulke grote problemen op zoals conflcten, maar vinden het lastig om buiten de gebaande paden te treden. Zo constateert de correspondent in de gemeente Drimmelen: “Alleen successen worden in beeld gebracht.”, waarmee ze doelt op bewonersinitiatieven die goed werken. Een correspondent uit een andere gemeente constateert dat de gemeenteraad vooral bekend is met initiatieven uit de Raad zelf, maar weinig kennis heeft over onafhankelijke initiatieven. Dit wordt door correspondenten uit verschillende andere gemeenten onderschreven, waaronder de gemeente Voorst, Groningen en Goes.

Een dergelijke houding hoeft geen probleem te vormen, maar het is als gemeenteraad wel belangrijk om te realiseren dat bewoners die zich actief in zetten voor een initiatief, zich verbonden voelen met dit initiatief en vaak ook in grote mate met hun leefomgeving. Ze willen niet alleen maar geraadpleegd of bejubeld worden als het de gemeenteraad uitkomt. Als het ze niet zint dan zoeken ze andere wegen. Zo stelt een correspondent uit een middelgrote gemeente: “Nu doen initiatiefnemers een aanbod aan de overheid, dat dwingt de overheid tot een andere rol.”. En ook als de gemeente te lang wacht, komen bewoners in actie zo constateert de correspondent in Amsterdam: “Komt het niet van de kant van de gemeente, dan komt de kracht van onderaf, omdat er zoveel actieve bewoners in de stad die in staat zijn tot zelforganisatie van buurtevenementen en bijeenkomsten.” Het is daarom belangrijk dat de gemeenteraad in de gaten houdt dat ze op tijd meebeweegt met de behoefte die ontstaat vanuit de gemeenschap.

Weerbarstige praktijk

Het is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, dat meebewegen. Er zijn verschillende complicerende factoren die een open houding vanuit de gemeenteraad behoorlijk in de weg kunnen staan. De correspondent uit Leiden brengt dit naar voren met het volgende voorbeeld:

Het wordt pas echt moeilijk als er naast de gemeente ook nog provinciale overheden betrokken zijn. Zo blijft de Rijnlandroute [een provinciale verbindingsweg tussen twee rijkswegen, red.] een hoofdpijndossier (voor zowel de wethouder als de betrokken inwoners): het blijft onduidelijk wat mogelijk is en waarop burgers invloed op kunnen uitoefenen en waarop niet; dit leidt telkens weer tot een storm van kritiek en stukken in de krant.” – Gemeente Leiden

De correspondent concludeert vervolgens dat de gemeente rekening houdt met de wensen van bewoners, maar dat het lastig is om deze in de onderhandelingen met de provincie overeind te houden. Bewoners raken vervolgens gefrustreerd omdat ze wel hun mening mogen geven, maar dit vervolgens niet terugzien in de besluitvorming. Ook de kleinste gemeente van Nederland, Schiermonnikoog, kampt hiermee. Door de schaal van deze gemeente is het mogelijk om regelmatig bijeenkomsten te organiseren waarin diverse maatschappelijke vraagstukken met de bewoners worden besproken. Dit initiatief bestaat al een aantal jaar en wordt zeer gewaardeerd.

Tegelijkertijd ontstaan hierdoor hooggespannen verwachtingen dat de gemeente allerlei zaken kan waarmaken. Dat niet alleen, er worden tegelijkertijd ook vraagtekens gezet bij die open houding van de gemeente: “Jullie kunnen het wel steeds aan ons willen vragen, maar wij betalen jullie bij de gemeente toch om oplossingen te vinden en niet om alles bij ons neer te leggen”. Het wordt aldus (ook) op prijs gesteld dat het gemeentebestuur een eigen visie heeft of zelf met concrete voorstellen komt.

De bal ligt niet alleen bij de politiek want de kwaliteit van een democratie hangt ook af van de actieve inzet van haar burgers. Als de gemeenteraden ‘meeveranderen’ dan mogen de bewoners ook wel uit hun stoel komen. De correspondent uit Huizen constateert dan ook dat:

Hoewel het ook in onze gemeente bij tijd en wijlen lastig is voor initiatiefnemers van evenementen om de verandering in regelgeving rond vergunningen bij te houden […] heb ik niet de indruk dat dit onoplosbare problemen zijn. Het echte ‘probleem’ is eerder dat alles al zo goed geregeld is dat de slaperige burger niet zoveel reden heeft om overeind te komen.”

Die luiheid is niet de enige reden waarom bewoners niet in actie komen. Het is ook belangrijk om stil te staan bij het feit dat de toegang tot het gemeentehuis niet voor iedereen is weggelegd. Een Utrechtse correspondent merkt op: “De doe-democratie is goed voor mensen die al mondig zijn en de ambtenarij toch al weten te vinden.” En in de gemeente Leiden: “De hogeropgeleide inwoners met een snelle pen en een uitstekend netwerk vinden eenvoudig de weg naar de wethouder, raad of subsidieverstrekker en zijn zeer actief in de stad. Vooral de binnenstad en de creatieve sectoren trekken veel profit van dit elan.”

Er valt wellicht winst te behalen in een actiever informatiebeleid. Uit de enquête blijkt bijvoorbeeld dat in 80% van de gemeenten geen informatie te vinden is ten aanzien van ondersteuning van burgerinitiatieven. Daarnaast is er ook zeker winst te behalen in het wegnemen van barrières die opgeworpen worden door het oerwoud aan regels. Initiatiefnemers lopen al snel tegen de grenzen van het overgeorganiseerde Nederlandse systeem aan.

De leges verordeningen en huurvoorwaarden van afdeling Vastgoed werken burgerbetrokkenheid juist tegen.” – Gemeente Haarlem

Ondanks alle morele steun van bestuur en raad (mooie initiatieven, hier heeft de stad iets aan) kost het ontzettend veel tijd om alle barrières die daarna opdoemen te slechten. Je moet echt regelmatig boos bij de wethouder op de stoep staan om dingen voor elkaar te krijgen en dan nog blijken er allerlei administratieve en wettelijke procedures en regels te zijn die niet zijn toegesneden op dergelijke initiatieven en die de ontwikkeling hopeloos belemmeren. Deze barrières zorgen ervoor dat de energie uit de initiatieven wordt geknepen waardoor ze doodbloeden, op een enkele na die de energie kunnen opbrengen om door te blijven gaan.” – Gemeente Breda

Als bestuurders van goede wil zijn, maar de bureaucratie een onneembare veste blijkt, dan haken inwoners af. Inwoners zijn vaak bereid om veel zelf te doen, als zij dat tenminste kunnen doen buiten de traag draaiende molens van de ambtelijke organisatie.” – Middelgrote gemeente

Hoe kan het dan wel?

Het is makkelijker om kritiek te uiten, dan iets te veranderen. De correspondenten in Leiden en Gouda merkten op dat de gemeenteraadsleden misschien ook wel wat hulp gebruiken om op een andere manier invulling te geven aan hun rol als raadslid, want “we vragen nogal wat van onze vertegenwoordigers!”. De taken en verantwoordelijkheden van een raadslid zijn behoorlijk veeleisend stellen de correspondenten vast; het eigen maken van de politieke cultuur op het gemeentehuis, de enorme hoeveelheid vergaderingen, en dan vaak ook nog een parttime of fulltime baan ernaast.

Ondanks het gedeelde gevoel dat er iets moet veranderen in het lokaal bestuur, blijkt uit de enquête dat raadsleden nog niet echt een idee hebben van de mogelijkheden. Slecht 18% van de correspondenten meent dat zijn of haar gemeenteraad klaar is voor de ‘netwerkdemocratie’, 65% twijfelt hier aan en 17% denkt van niet. De correspondenten geven in de enquête ook aan dat ruim 75% van de gemeenteraadsleden behoefte heeft aan meer informatie over nieuwe vormen van besluitvorming en nieuwe manieren om ruimte te geven aan maatschappelijk initiatief. De gemeenteraden zouden daarom ook wel enig respijt kunnen krijgen. Er is niet altijd sprake van onwil, en trouwens, wat let het bewoners om goede ideeën aan te dragen? De correspondent uit Gouda schreef een brief naar de gemeente omdat hij het stemgedrag van de raadsleden niet terug kon vinden op de gemeentewebsite. Dit werd dankbaar overgenomen door raadsleden die vervolgens een motie indiende om een webapp te ontwikkelen die het stemgedrag van raadsleden zichtbaar maakt. Een dergelijke app maakt het voor bewoners mogelijk om raadsleden op hun beloftes en verantwoordelijkheden aan te spreken, waardoor er nieuwe mogelijkheden voor een dialoog ontstaan.

De correspondenten in Drimmelen en Utrecht vinden dat het eigenlijk wel eens tijd wordt dat bewoners zich met de programmabegroting mogen bemoeien.

Rond de begroting staan de kaders stevig en dat lijkt mij terecht, maar bij de verdeling van middelen en benoemen van prioriteiten staan de inwoners aan de kant. Waarom eigenlijk? [… ]Het blijft de gemeente die beslist over de besteding. Dat hoeft helemaal niet. Geef de buurt daarin een stem en laat de buurtbewoners vervolgens zelf de shit over zich heen krijgen als ze dat niet goed hebben gedaan. Daar leren ze van.” – Gemeente Utrecht

In verschillende andere steden wordt al geëxperimenteerd met inspraak op de begroting. De correspondenten vinden dan ook dat de gemeente Utrecht en Drimmelen hier een voorbeeld aan kunnen nemen.

Een andere interessante vernieuwing die wordt voorgesteld door een correspondent is ‘the Right to Challenge’; het recht voor een groep bewoners om een gemeenteplan voor publieke voorzieningen uit te dagen met een alternatief plan, opgezet en uitgevoerd door bewoners. Dit recht verruimt de mogelijkheid voor bewoners om zelf vorm te geven aan hun leefomgeving.

Er zijn volop ideeën voor democratische vernieuwing blijkt uit de bevindingen van de correspondenten. Tegelijkertijd ontbreekt een rijke praktijk waarin ervaring is opgedaan met deze initiatieven. De correspondenten hebben met hun onderzoek zichtbaar gemaakt dat hier de uitdaging ligt.

Lerende  lokale democratie

Als we een belangrijke les kunnen trekken uit de bevindingen van de correspondenten, dan is het misschien wel dat zowel bestuurders als bewoners elkaar wat meer ruimte mogen geven. Bestuurders moeten niet bang zijn om te experimenteren en open staan voor nieuwe manieren van samenwerking. Die inspiratie kunnen ze opdoen door zelf ook actief op zoek te gaan naar informatie. De correspondenten laten in hun verslagen immers zien dat goede wijkmanagers, inspirerende raadsleden en vernieuwende denkers en doeners een belangrijke rol spelen in het signaleren van ‘best practices’ en kennisdeling. Ook de bewoners kunnen zich hierdoor laten inspireren, en met ideeën naar hun gemeenteraad stappen. Er is meer mogelijk dan op het eerste gezicht lijkt, lees ter inspiratie bijvoorbeeld het interview met Dian Vrijmens in dit magazine. Een format voor een lokale democratie is namelijk niet in steen gebeiteld. Er is geen eindstation, en er is geen perfectie, maar door voortschrijdend inzicht leert men. Democratie is een continue zoektocht naar wat werkt binnen een gegeven context, en vraagt een actieve houding van zowel bestuurders als bewoners.

Hoe het dan wel kan

Inspiratie uit andere gemeenten: vernieuwende democratische projecten

B U R G E R T O P : in verschillende gemeenten wordt geëxperimenteerd met een burgertop à la de G1000 in België. Een door loting geselecteerde groep burgers maken in een korte periode (meestal 1 dag) een agenda of actieplan voor de gemeente. Uitvoering ligt meestal bij burgers en gemeente samen. Voorbeelden in Amersfoort, Rotterdam en Uden maar ook in Utrecht, Breda, Amsterdam, Groningen en op vele andere plekken zijn plannen. Zie ook www.g1000.org/nl

B U U R T R E C H T : vorm van Right to Challenge, het recht van een groep burgers om de gemeente uit te dagen om een publieke voorziening of gemeentelijk plan zelf uit te voeren. Onder andere opgenomen in de WMO. Experiment in Amsterdam en meerdere gemeenten. Zie bv. www.lsabewoners.nl

B U R G E R B E G R O T I N G : op verschillende manieren wordt geëxperimenteerd met de gemeentebegroting. Open Spending en budgetmonitoring zijn vormen om de begroting transparant te maken. De begrotingswijzer of een bezuinigingsdialoog geven inzicht in de voorkeur van burgers. De burgerbegroting gaat nog een stapje verder, daarbij krijgt de burger invloed op de besteding. Bij een netwerkbegroting wordt naast de gemeentebegroting ook gekeken naar begrotingen van andere maatschappelijke instellingen en organisaties. Zie bijv. bit.ly/burgerbegroting

M A A T S C H A P P E L I J K A A N D E E L H O U D E R S C H A P : zeggenschap van burgers in maatschappelijke sectoren als onderwijs, woningbouw en zorg. In Nijmegen kijkt de raad naar de mogelijkheden van meer bewoners in lokale schoolbesturen, woningcorporaties en zorginstellingen.

O R G A N I S A T I E VA N D E R A A D : gemeenteraden zoeken ook naar andere werkwijzen. Met burgerraadsleden, aparte raadscommissies voor burgerparticipatie, publieke verantwoording, toegankelijke inspraak, of een participatieparagraaf bij elke nota. In Groningen wordt gekeken naar een raad waarin bewoners dezelfde beslissingsrechten hebben als gekozen raadsleden.

W I J K E N E N D O R P E N : veel gemeenten zoeken manieren om budget, verantwoordelijkheid en zeggenschap op wijk- of dorpsniveau te organiseren – denk aan de vele dorpsplannen, wijkbudgetten, dorpsraden. In Peel & Maas wordt met zelfsturing gewerkt, in Emmen werkt de raad bijvoorbeeld met zgn. Erkende Overleg Partners (EOP) voor wijken en dorpen die hun eigen leefbaarheidsbudgetten beheren en zelf aanbestedingen kunnen doen.

B U R G E R P A N E L S E N V I S I T A T I E S : online burgerpanels worden door meerdere gemeenteraden gebruikt, soms op thema, soms als permanente enquête. Zie www.verantwoording.nl

A L T E R N A T I E V E C O L L E G E – A K K O O R D E N : na de verkiezingen zijn verschillende vernieuwende college-akkoorden opgesteld. Denk aan een raadsakkoord, een open akkoord of een procesakkoord. In het procesakkoord van Oude IJsselstreek is vastgelegd over welke onderwerpen de raad(sleden) een dialoog aangaan met samenlevingspartners.

Yvette Jeuken
Coördinatie 100×100. Politicoloog, werkzaam als programmamanager bij Netwerk Democratie. http://www.netdem.nl
yvette@netdem.nl

Noot voor de lezer: Een aantal correspondenten heeft verzocht om de informatie geanonimiseerd te gebruiken. Bij het gebruik van quotes afkomstig van deze groep correspondenten geven we alleen de grootte van de gemeente aan.


 

Lees ook het essay Pleidooi voor Democratische Reflectie van Marije van den Berg